KenniscentrumZiekte/aandoening › Artrose › Artrose

Artrose

Artrose is een aandoening waarbij het kraakbeen in de gewrichten beschadigd is. Het kraakbeen zorgt ervoor dat de botten in een gewricht soepel kunnen bewegen. In de volksmond wordt artrose vaak ‘slijtage’ genoemd. Hoewel er inderdaad slijtage optreedt van het gewricht, komt dit niet alleen maar door ouderdom of overbelasting. Ook andere factoren kunnen een rol spelen bij het (op jongere leeftijd) ontstaan van artrose, zoals overgewicht en beschadigingen door letsel of gewrichtsontsteking. Als het kraakbeen slijt, schuren de botten langs elkaar en kunnen pijnklachten ontstaan. Artrose kan in nagenoeg alle gewrichten ontstaan. Het meest komt artrose voor in de handen, heupen, knieën, nek/rug en grote teen.
 
Artrose komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen en naarmate men ouder wordt neemt de kans op artrose toe: alle mensen van 70 jaar en ouder hebben artrose.
Bij artrose in de knie (gonartrose), slijt het kraakbeen in het kniegewricht

rontgenfoto_knie__artrose

Symptomen

Artrose in een gewricht hoeft geen klachten te geven. Soms doet een gewricht pijn, vooral tijdens en na belasting. Ook is er vaak ‘startstijfheid’: het lichaam is stram bij het opstarten van een beweging en de gewrichten moeten weer even warmdraaien.
Bij sommige vormen van artrose kunnen ook vergroeiingen optreden, zoals scheefstand of botknobbels.
De mate waarin een patient klachten ervaart van de artrose is niet af te leiden uit de mate van beschadiging die zichtbaar is op een röntgenfoto. Een ‘vrij goed’ gewricht op de foto kan veel klachten geven, terwijl een ‘vrij slecht’ gewricht op de foto geen klachten hoeft te geven.  

Oorzaak

Artrose is een normaal verschijnsel in het verouderingsproces. Er zijn factoren die maken dat het eerder of erger optreedt, zoals overgewicht, erfelijke aanleg, beschadigingen door letsel of (reumatische) gewrichtsontsteking.

Diagnose

Om artrose te kunnen vaststellen voert de arts een lichamelijk onderzoek uit. In combinatie met het klachtenpatroon geeft dit vaak al genoeg informatie om de diagnose te stellen. Daarnaast is slijtage meestal zichtbaar op een röntgenfoto.

Behandeling

Er is geen behandeling die artrose geneest. Leefregels zijn belangrijk om klachten te verminderen, zoals afvallen naar een normaal en gezond lichaamsgewicht, belasting van gewrichten goed doseren en spierversterkende oefeningen/trainingen, eventueel begeleid door een fysiotherapeut. Een ergotherapeut kan soms helpen met praktische adviezen, oefeningen en hulpmiddelen bij artrose in de handen. De podotherapeut kan met een therapeutischezool een bijdrage leveren aan het verlichten van de pijn en aan het behoud van de gewrichtsfunctie. 
 
Tegen pijn wordt bij voorkeur paracetamol gebruikt (maximaal 3 tot 4 keer per dag 1000mg), omdat dit een goede en veilige pijnstiller is. Bij artrose kunnen (tijdelijke) ontstekingen voorkomen in gewrichten. Dan kunnen NSAID’s zinvol zijn, omdat deze pijnstillend en ontstekingsremmend werken. Bij chronische gewrichtsontsteking kunnen anti-reumatische medicijnen, zogenaamde DMARD’s, zinvol zijn. Deze medicijnen remmen bijkomende ontsteking; ze hebben geen invloed op het artroseproces.


Bij sommige gewrichten kan uiteindelijk een gewrichtsprothese nodig zijn. Vooral bij beschadigde heupen en knieën gebeurt dit relatief vaak als patiënten nog in voldoende conditie zijn. Dit wordt gedaan door de orthopedisch chirurg. Of, in het geval van de handen, soms door de plastisch chirurg.

Meer informatie

Het Slingeland Ziekenhuis organiseert regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten over het plaatsen van een knie- of heupprothese.
Zie ook Kenniscentrum Orthopedie:



Deel deze pagina: