KenniscentrumZiekte/aandoeningGewrichtsontstekingsziektes › -Reactieve artritis › Reactieve artritis

Reactieve artritis

Reactieve artritis is een vorm van spondylo-artritis, waarbij ontstekingen ontstaan in reactie op een eerdere infectie. Dit ontstaat vooral na bacteriële infecties van de maag en/of darmen of de urinewegen/geslachtsorganen. De eerdere infectie heeft de lichamelijke afweer verstoord, waardoor na ongeveer 1 tot 2 weken (soms zelfs nog na 2 maanden) spontaan ontstekingen ontstaan.

Symptomen

Er is een ontsteking in één of meer grote gewrichten. Dit kenmerkt zich door een dik en stijf gewricht, zoals een knie, pols of enkel. Maar vaak zijn er ook ontstekingen op andere plaatsen. Zo kan er sprake zijn van oogontsteking  (rondom de iris of het oogwit  is rood), plasbuisontsteking (troebele urine, pijn bij plassen, soms zweertjes), huidontstekingen of ontstekingen in de wervelkolom en/of het bekken (pijnlijke stijfheid en pijn, vooral in de onderrug en/of bilstreek en in de nek). 

Bij de meerderheid van de patiënten verdwijnen de klachten binnen een half jaar en is geen langdurige behandeling nodig. Bij een deel van de patiënten blijven gewrichtsontstekingen in ledematen of wervelkolom en/of bekken aanwezig en is langdurige behandeling nodig.

Oorzaak

Het is nog niet precies bekend waarom het afweersysteem ontsteking kan veroorzaken in verschillende weefsels in reactie op een eerdere infectie. Wel is bekend dat erfelijke aanleg belangrijk is, zoals HLA-B27. Bepaalde infecties geven vooral aanleiding tot reactieve artritis:
  • Bepaalde bacteriën behorende tot de seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA): chlamydia trachomatis en gonorroe
  • Bepaalde bacteriën die infectieuze diarree veroorzaken: Salmonella, Shigella, Yersinia en Campilobacter.

Diagnose

De diagnose reactieve artritis wordt door de reumatoloog gesteld. Vooral het ziekteverhaal van de patiënt, het lichamelijk onderzoek en het vaker voorkomen van de ziekte in de familie zijn hierbij belangrijk. Uitslagen van bloedonderzoek kunnen bijdragen aan het stellen van de diagnose: bij 70 procent van de patiënten is HLA-B27 aanwezig en ontstekingswaardes zoals BSE en CRP zijn vaak verhoogd. Auto-antistoffen zijn juist afwezig.

Vaak wordt de urine getest op bacteriën, zodat een eventuele infectie behandeld kan worden. Deze chronische infecties hoeven geen klachten te geven. Bacteriën van een eerdere darminfectie zijn over het algemeen niet meer op te sporen (op te kweken) na de infectie.

Behandeling

Voor de behandeling van reactieve artritis zijn NSAID’s veelal afdoende om de pijn en stijfheid door ontstekingen te verhelpen. Soms helpt de ene NSAID iemand wél, maar een andere niet. Wisselen van medicijn kan daarom zinvol zijn. Vaak is na een half jaar geen behandeling meer nodig. Als de reactieve ontstekingen toch langdurig aanwezig blijven, dan worden bepaalde DMARD’s voorgeschreven.

In het geval van een onderliggende urineweginfectie of een SOA wordt antibiotica gegeven. Bij een SOA moet de partner ook behandeld worden. 

Patiënten met reactieve artritis komen regelmatig op controle bij de reumatoloog, die de medicatie eventueel aanpast naar gelang de activiteit van de ziekte. Bij de meeste patiënten is na 6 tot 12 maanden geen controle meer nodig, omdat de klachten verdwenen zijn. Bij een kleiner deel van de patiënten blijft behandeling en controle nodig.




Deel deze pagina: