KenniscentrumZiekte/aandoeningGewrichtsontstekingsziektes › -Ziekte van Bechterew › De ziekte van Bechterew

De ziekte van Bechterew

ankyloserende spondylitis

De ziekte van Bechterew is een vorm van spondylo-artritis, waarbij vooral ontstekingen ontstaan in het bekken (SI-gewrichten) en de wervelkolom. Dit in tegenstelling tot ‘perifere SpA’, waarbij gewrichtsontstekingen in de ledematen voorop staan.
Er zijn verschillende benamingen voor de ziekte van Bechterew, zoals axiale spondyloartritis, ankyloserende spondylitis en spondylitis ankylopoetica. In de volksmond wordt meestal ‘de ziekte van Bechterew’ (spreek uit als bechteref) gebruikt, terwijl in de wetenschap vooral over ‘axiale SpA’ gesproken wordt. 

De ziekte van Bechterew begint meestal op jongvolwassen leeftijd. Het ontstaan van klachten na het 40ste levensjaar is uitzonderlijk. Waarschijnlijk komt het vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

Symptomen

De ontstekingen in de wervelkolom en het bekken geven chronische stijfheid en pijn, vooral in de onderrug en/of bilstreek en in de nek. Pijnlijke stijfheid is het ergst in de ochtend of na langdurige dezelfde houding; bewegen helpt juist om de klachten te verminderen. Vermoeidheid komt veel voor bij actieve ontsteking.

Omdat de ziekte van Bechterew een spondylo-artritis is, kan er soms ook ontsteking op andere plaatsen ontstaan, zoals gewrichtsontsteking in de ledematen, regenboogvliesontsteking (een vorm van oogontsteking), psoriasis en darmontsteking (inflammatoire darmziekte colitis ulcerosa of ziekte van Crohn). Bij ontsteking van de ogen, schilferplekjes of aanhoudende diarree is het daarom belangrijk de huisarts te bezoeken of te overleggen met de reumatoloog.  

Oorzaak

Het is nog niet precies bekend waarom het afweersysteem ontsteking veroorzaakt in de wervelkolom, peesaanhechtingsplaatsen, de gewrichten en andere weefsels bij de ziekte van Bechterew. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze ontsteking en de rol van de verschillende cellen die bij de afweer betrokken zijn. Vooral erfelijke aanleg, zoals HLA-B27, is belangrijk bij het ontstaan van de ziekte.

Diagnose

De diagnose Bechterew wordt door de reumatoloog gesteld. Vooral het ziekteverhaal van de patiënt, het lichamelijk onderzoek en het vaker voorkomen van de ziekte in de familie zijn belangrijk.
Uitslagen van bloedonderzoek kunnen bijdragen aan het stellen van de diagnose: bij 90 procent van de patiënten is HLA-B27 aanwezig en ontstekingswaardes zoals BSE en CRP zijn vaak verhoogd. Auto-antistoffen zijn juist afwezig.
Ook worden bij de diagnose röntgenfoto’s gemaakt van bijvoorbeeld het bekken en/of de SI-gewrichten. Bij de SI-gewrichten kunnen kleine aantastingen van het bot of juist verbening te zien zijn.  
Bechterew, SI gewricht3 
 
 
 
 
 
 
 
Afbeelding: De SI-gewrichten (ook wel heiligbeengewrichten) bevinden zich links en rechts van het midden in de onderrug. Ze vormen de verbinding tussen het heiligbeen en de twee bekkenhelften. 
 
 
Ook op andere plaatsen in de rug kan er verbening ontstaan, waardoor wervels aan elkaar kunnen komen te zitten. Soms wordt een MRI-scan van het bekken verricht. Dit gebeurt wanneer de reumatoloog een sterk vermoeden van de diagnose Bechterew heeft, maar de diagnose met de andere onderzoeken nog niet met zekerheid te stellen is.

Behandeling

Voor de behandeling van de ziekte van Bechterew is lichaamsbeweging van groot belang om klachten te verminderen en lenigheid te behouden. Daarnaast worden verschillende medicijnen gebruikt. NSAID’s zijn vaak afdoende om de pijn en stijfheid door wervelkolomontsteking te verhelpen. Soms helpt de ene NSAID iemand wél, maar een andere niet. Wisselen van medicijn kan daarom zinvol zijn. Daarnaast worden bepaalde DMARD’s voorgeschreven bij gewrichtsontstekingen in de ledematen en/of aanhoudende stijfheid in de rug ondanks goed gebruik van NSAID’s. De meeste DMARD’s kunnen de weerstand verminderen, waardoor de kans op infecties wat verhoogd kan zijn.

Patiënten met Bechterew komen regelmatig op controle bij de reumatoloog, die de medicatie eventueel aanpast naar gelang de activiteit van de ziekte. Controles door de reumatoog zullen frequenter zijn als de ziekte actief is, dan bij een stabiele, rustige ziekte.



Deel deze pagina: