KenniscentrumZiekte/aandoening › Sarcoidose › Sarcoïdose

Sarcoïdose

Sarcoïdose is een reumatische gewrichtsontstekingsziekte, waarbij het lichaam spontaan ontstekingen maakt in verschillende weefsels zoals de longen, de huid, de gewrichten en de ogen. Omdat meerdere systemen in het lichaam ontstoken kunnen raken, wordt het een ‘systeemziekte’ genoemd. Meestal zijn lymfeklieren vergroot en bevatten ze ophopingen van witte bloedcellen (granulomen). Granulomen kunnen ook op andere plaatsen voorkomen, zoals in de huid.

Sarcoïdose komt voor bij 1 tot 2 op de 10.000 mensen uit de gezonde bevolking, vooral bij mannen tussen de 20 en 40 jaar oud.

Symptomen

Sarcoïdose kan voorkomen zonder dat iemand klachten heeft. Er worden dan bijvoorbeeld bij toeval afwijkingen op een longfoto gezien die passen bij de diagnose sarcoïdose. De meest voorkomende klachten zijn longklachten, zoals een droge kriebelhoest, kortademigheid en pijn op de borst. Hoe meer ontsteking er in de longen te zien is, hoe groter de kans dat er chronische longklachten blijven bestaan. Daarnaast kunnen huidafwijkingen voorkomen, vooral pijnlijke rode bulten aan de onderbenen (‘erythema nodosum’). Ook kan er oogontsteking ontstaan. Vermoeidheid komt veel voor bij actieve ontsteking, evenals vergrote lymfeklieren.
Acute sarcoïdose gaat vaak gepaard met gewrichtsontsteking van de enkels en de voeten, die kunnen zorgen voor een pijnlijke, rood-blauwe zwelling rondom de enkels.

Syndroom van Löfgren

De combinatie acute gewrichtsontsteking, erythema nodosum en vergrote lymfeklieren op de longfoto wordt ‘het syndroom van Löfgren’ genoemd. Dit heeft een zeer goede prognose: bij 80 tot 90 procent van de patiënten gaan de klachten binnen 1 tot 2 jaar spontaan weer over.

Omdat Sarcoïdose een systeemziektes is, kan op allerlei plaatsen in het lichaam een ontsteking ontstaan. Als er andere ‘rare’ klachten ontstaan, is het daarom belangrijk de huisarts te bezoeken en/of te overleggen met de reumatoloog of de longarts. 

Oorzaak

Het is nog niet precies bekend waarom het afweersysteem van het lichaam ontstekingen maakt in de verschillende weefsels bij Sarcoïdose. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze ontsteking en de rol van de verschillende cellen die bij de afweer betrokken zijn. Inmiddels is duidelijk dat erfelijke aanleg en waarschijnlijk omgevingsfactoren zoals het inademen van bepaalde stofdeeltjes en/of micro-organismen een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte.

Diagnose

De longarts stelt de diagnose Sarcoïdose wanneer longklachten op de voorgrond staan. Daarnaast stelt de reumatoloog de diagnose bij gewrichtsklachten. Of de internist wanneer afvallen en vergrote lymfeklieren de reden zijn om iemand te verwijzen naar een medisch specialist. Vooral het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek zijn belangrijk.
Daarnaast kan de uitslag van bloedonderzoek de diagnose ondersteunen; vaak zijn ontstekingswaardes zoals BSE en CRP verhoogd. Tevens kijkt de specialist naar de calciumwaarde, omdat deze bij sarcoïdose verhoogd kan zijn en dit klachten kan geven. Auto-antistoffen zijn niet aanwezig in het bloed. Op een röntgenfoto van de longen wordt gekeken naar vergrote lymfeklieren of ontstekingen. Wanneer de diagnose onduidelijk is, dan wordt vaak een biopt genomen (het wegnemen van een klein stukje weefsel) van een vergrote lymfeklier om te onderzoeken of dit weefsel granulomen bevat.

Behandeling

Voor de behandeling van Sarcoïdose worden verschillende medicijnen gebruikt. Meestal bepaalt de mate van longontsteking hoe de ziekte wordt behandeld. Voor pijn en lichte ontsteking kunnen NSAID’s worden gebruikt. Deze behandeling is vaak meerdere maanden nodig, zolang er ontsteking is. Als er meer ontsteking in de longen is, dan wordt prednison gegeven. Daarnaast kunnen verschillende DMARD’s (Disease Modifying Anti-Rheumatic Drugs) worden voorgeschreven om ontsteking chronisch te remmen.

Patiënten met Sarcoïdose komen regelmatig op controle bij de longarts en/of de reumatoloog, die de medicatie eventueel aanpast naar gelang de activiteit van de ziekte. Na het stellen van de diagnose, zullen controles frequenter zijn bij een actieve ziekte dan wanneer de ziekte stabiel en rustig is.

Bij ‘het syndroom van Löfgren’ is vaak geen langdurige controle nodig, aangezien de klachten meestal binnen 1 tot 2 jaar verdwenen zijn.



Deel deze pagina: