KenniscentrumZiekte/aandoeningWeke-delen-klachten › Lokale pijnsyndromen › Lokale pijnsyndromen

Lokale pijnsyndromen

Pijnklachten in het houdings- en bewegingsapparaat komen erg vaak voor. Zo’n 40 procent van de Nederlanders boven de 25 jaar oud heeft op één of meerdere plaatsen chronische pijn doorgemaakt. ‘Chronisch’ betekent per definitie langer dan 3 maanden.
De weefsels die vaak klachten geven bij lokale pijnsyndromen zijn de spieren, pezen, peesscheden, peesaanhechtingen, slijmbeurzen en banden.
Er zijn vaak namen voor bepaalde peesoverbelastingsklachten, zoals de tenniselleboog en de golferselleboog, trochanter major syndroom (zijkanten heupen), de Quervain (duimpees) en lumbago (onderrug).

Symptomen

Pijn treedt vooral op tijdens en na belasting van spieren in het aangedane gebied. Ook is er vaak startstijfheid: bij het opstarten van een beweging zijn de spieren en pezen in het pijnlijke gebied stram en moeten ze weer even warmdraaien. Bij peesoverbelastingen kan er soms zwelling optreden rondom de pees.

Oorzaak

Het merendeel van de lokale pijnsyndromen is het gevolg van overbelasting of verkeerde belasting. Hierin is de balans belangrijk tussen de belastingen enerzijds (hoe lang, hoe intensief en welke lichaamshouding) en de belastbaarheid van de spieren anderzijds (de spierconditie). Het is belangrijk om deze verstoring in de balans op een goede manier aan te passen, zodat de overbelasting overgaat.

Omgang met de klachten, somberende gedachtes en andere psycho-emotionele factoren spelen een rol bij het chronisch worden van pijn.

Diagnose

De diagnose lokaal pijnsyndroom wordt gesteld op basis van de klachtenbeschrijving en het lichamelijk onderzoek. Soms is aanvullend onderzoek nodig om andere aandoeningen uit te sluiten.

Behandeling

Leefregels zijn het belangrijkst om klachten te verminderen bij lokale pijnsyndromen. Het is belangrijk om te achterhalen wanneer en hoe de pijnlijke regio belast wordt. Dan is het nodig de belasting goed te doseren over de dag en over de week, om zo activiteiten gelijkmatig te verdelen.
 
Bewegen is van groot belang: rustig bewegen vanuit een goede lichaamshouding. En daarnaast: hoe sterker spieren zijn, hoe makkelijker ze belastingen aankunnen en hoe minder snel overbelasting ontstaat. Eventueel kan een fysiotherapeut het bewegen begeleiden en oefeningen aanleren.
Tegen de pijn wordt bij voorkeur paracetamol gebruikt (maximaal 3 tot 4-maals daags 1000 mg), omdat dit een goede en veilige pijnstiller is. Eventueel kunnen daarnaast NSAID’s worden gebruikt. Soms kan een lokale injectie met een corticosteroïd (zie prednison) zinvol zijn, bijvoorbeeld bij zwelling rondom de pees of bij een slijmbeursontsteking.
Anti-reumatische medicijnen hebben geen effect op de klachten. De reumatoloog heeft dan ook geen verdere behandeling met medicijnen en zal de begeleiding van de patiënt in principe over laten aan de huisarts.



Deel deze pagina: