KenniscentrumBehandelingenDMARD's › Andere immuunsuppressiva › Andere ‘immunosuppresiva’

Andere ‘immunosuppresiva’

Naast veelgebruikte ‘klassieke DMARD’s’, zoals methotrexaat en sulfasalazine, zijn er ook andere anti-reumatische medicijnen waar al vele jaren ervaring mee is, maar die slechts zelden nodig zijn.

Soms schrijft de reumatoloog deze middelen voor reumatische ontstekingsziektes voor. Het zijn medicijnen die de weerstand in meer of mindere mate verminderen: immunosuppressiva. Na een orgaantransplantatie worden ze daarom toegepast om te voorkomen dat donororganen worden afgestoten door de eigen afweer. Bij reumatische ontstekingsziektes worden ze gebruikt omdat het krachtige ontstekingsremmers zijn. Door ontstekingen te remmen, nemen de klachten af. Ook kunnen ze schade aan de ontstoken weefsels vertragen of voorkomen.

Soorten

Een voorbeeld is ciclosporine, dat de dermatoloog wel vaker voorschrijft bij de schilferende huidontstekingsziekte psoriasis. Andere medicijnen zijn azathioprine, cyclofosfamide en mycofenolaat mofetil. Deze medicijnen worden hoofdzakelijk gebruikt bij ernstige vormen van ontsteking, bijvoorbeeld bij ontstekingen in belangrijke organen zoals nieren, longen en hersenen. De reumatoloog (of internist) schrijft deze middelen het meest voor bij ontstekingen door SLE en ANCA vasculitis.

De patiënt neemt de medicijnen dagelijks in tabletvorm in. Gebruik van cyclofosfamide kan ook via een infuus direct in de bloedbaan, eens per 3 tot 4 weken gedurende een aantal keer (de vorm van de ‘kuren’ is afhankelijk van de ziekte en de ernst van de ontstekingen).

Bijwerkingen

Over het algemeen geldt dat deze immuunsuppressiva soms bijwerkingen geven van maag- en darmen, zoals misselijkheid en diarree, en van het mondslijmvlies. Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen zijn te vinden in het bloed en geven over het algemeen geen klachten. Dit zijn leverproefstoornissen of een daling van het aantal rode of witte bloedcellen. De afweer vermindert enigszins door deze medicijnen, waardoor makkelijker infecties kunnen ontstaan.
 
Tijdens het gebruik van deze immuunosuppresiva wordt regelmatig bloed geprikt om eventuele afwijkingen in waardes van de lever, de nieren of de bloedaanmaak op te sporen. In het begin van de behandeling moet dit vaker gebeuren. Later is eens per 3 tot 6 maanden bloedprikken voldoende.

Zwangerschap

Zowel mannen als vrouwen mogen tijdens het gebruik van immuunsuppressiva tot 3 maanden na het staken hiervan géén kind verwekken c.q. zwanger worden. In deze periode moet de patiënt een betrouwbare anticonceptiemethode gebruiken. Azathioprine en ciclosporine kunnen hierop een uitzondering vormen, na zorgvuldige afweging met de arts. Cyclofosfamide kan de vruchtbaarheid verminderen van mannen en vrouwen.

Belangrijk

Immunosuppressiva  mogen niet met sommige andere medicijnen worden gecombineerd. Meld daarom altijd bij uw huisarts of specialist dat u ze gebruikt.



Deel deze pagina: